In het onderstaande afbeelding (figuur 1) is te

In het onderstaande
afbeelding (figuur   1) is te zien dat
voor de tail flight controle diverse punten van toepassing zijn, onderstaand
wordt dit verder toegelicht. Hierbij wordt aan de hand van figuur 1 het pad van
de hydraulische olie vanaf het reservoirs tot aan de tail flight contoles.

Er zijn 3 systemen in het
wielputgebied, De systemen A, B en standby-reservoirs. De reservoirs worden
onder druk gezet. De positieve druk zorgt er namelijk voor dat het reservoir
een constante vloeistofstroom naar de pompen laat stromen. De reservoirs zijn uitgerust
met een leiding aan de bovenzijde, deze leiding zorgt er voor dat de hydraulische
vloeistoffen niet verloren gaan tijdens lekkages.

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

 

De Central Hydraulic
isolation system van het vliegtuig geeft bescherming tegen motorstoten,
reservebeurten en stuurfunctie. De CHIS werkt volledig automatisch. Als het
CHIS-systeem operationeel is, voorkomt het hydraulische bediening van de edge
slats.

 

ACMP haalt hydraulische
vloeistof uit de reservoirs. Dit zorgt er namelijk voor dat er in het systeem een
constante volume stroom debiet kan lopen.

De reserve- en neuswielkleppen staan constant open. Beide kleppen sluiten namelijk
pas als het reservoir in het centersystem te laag is en de luchtsnelheid hoger
is dan 60 knopen. Wanneer Central Hydraulic isolation actief is, verdeeld dit
het systeem in verschillende delen. De besturing en bediening van de
hydraulische slangen van de leidende kant blijven door de druk van het systeem
geïsoleerd. De pompen van het andere middelste hydraulische systeem vindt zijn
weg naar de achterrandkleppen, de MLG-bediening, besturing en de
vluchtbesturingen. Indien er zich een lek bevindt in de achterrandkleppen en de
MLG-bediening verliest het reservoir de hydraulische vloeistoffen niet. De
alternatieve achterrandkleppen, remmen en de MLG-besturing blijven normaal
werken.

De filtermodules zorgen ervoor dat de druk en de afvoercapaciteit van de
hydraulische pompen gereinigd is. Een retourfiltermodule reinigt de
retourstroom van hydraulische vloeistof van de gebruikerssystemen. De
warmtewisselaar koelt het reservoir. ADP-vloeistof zorgt voor de afvoer van de
behuizing. De ACMP- en ADP-filtermodules hebben beide een drukomvormer om de
druk van de pomp te meten. Een temperatuuromvormer in de filtermodule zorgt
ervoor dat de uitgangsdruk van de pomp gemeten kan worden. De functie van de
temperatuuromvormer is het meten van de temperatuur van de pomp. Een
systeemdrukomvormer meet de druk dat het hydraulische systeem afgeeft. Het
overdrukventiel die in de buurt van de ACMP C1 staat levert een beveiliging
voor het middelste hydraulische systeem.

Een hoofdwaarschuwingslampje gaat branden als een oververhitting of lage druk
wordt gedetecteerd in het hydraulische systeem. Een oververhittingslampje op de
cockpit brandt als een oververhitting wordt gedetecteerd in systeem A of B en
een lagedruklampje gaat branden als een lage druk wordt gedetecteerd in systeem
A en B.

Het doel van de PTU is om het extra volume hydraulische vloeistof te leveren
dat nodig is om de autolatten en voorrandflappen en lamellen op de normale
snelheid te laten werken wanneer systeem B EDP defect raakt. De PTU-eenheid
bestaat uit een hydraulische motor en hydraulische pomp die zijn verbonden via
een as. De PTU gebruikt druk om een ??hydraulische motor aan te drijven. De
hydraulische motor van de PTU-eenheid is verbonden via een as met een
hydraulische pomp die vloeistof uit het reservoir kan trekken. De PTU kan
alleen stroom overdragen en kan geen vloeistof overbrengen.

De Boeing 777 beschikt over drie hydraulische systemen. Het linker, midden en
het rechtersysteem zorgen voor hydraulische vloeistof bij een druk van 3000 psi
om kleppensystemen, landingsgestellen, actuators, vluchtbesturing en remmen te
bedienen.
Het hydraulische vermogen voor de linker en rechter systemen worden geleverd
door twee EDP’s en worden aangevuld met ACMP’s indien dit wordt aangevraagd.
Twee elektromotorpompen zorgen voor het vermogen voor het centrale systeem. Het
middelste systeem biedt hydraulisch vermogen voor de motoren. Zoals op
onderstaande figuur is te zien wordt er ook gebruik gemaakt van ramluchtturbine
(RAT). Deze wordt automatisch ingezet. Dee RAT-pomp biedt stroming naar het
middensysteem voor de vluchtsturing.
Het doel van de PTU is om het extra volume hydraulische vloeistof te leveren
dat nodig is om de autolatten en voorrandflappen en lamellen op de normale
snelheid te laten werken wanneer systeem B EDP defect raakt. De PTU-eenheid
bestaat uit een hydraulische motor